Snoeien in juni

In juni zijn er voorjaarsbloeiende struiken die je deze maand kunt snoeien. Ze bloeien op het oude hout. Een ezelsbruggetje om dat te onthouden: alle struiken die hun hoofdbloei hebben vóór 1 juli vallen onder het snoeiregiem van de voorjaarsbloeiers. Voorbeelden van dergelijke late voorjaarsbloeiers zijn de jasmijn en de weigelia.

 

Struiken met vruchten

De vruchtstruiken geven in het voorjaar bloemen en in het najaar bessen. Dus je kunt er twee keer van genieten. Ze worden alleen maar uitgedund dus nu kun je dat nog doen. Na de bloei worden enkele oude takken zo diep mogelijk weggenomen. Ook takken die elkaar in de weg zitten, of takken die schuren, worden uit de struik gelicht. De jongere takken blijven staan, hieraan verschijnen in het najaar dan de vruchten. Je mag het snoeien van deze struiken ook wel eens een jaartje overslaan als ze niet al te dicht gegroeid zijn.

Voorbeelden van dergelijke struiken zijn:

  • Botanische rozen
  • Dwergmispel (Cotoneaster)
  • Japanse kwee (Chaenomeles)
  • Liguster (Ligustrum)
  • Mahoniestruik (Mahonia)
  • Sneeuwbalsoorten met vrucht (Viburnum)


Struiken met mooi gekleurd hout

Bij deze struiken zijn de twijgen het mooist van kleur. De bloemen en vruchten zijn niet van zoveel betekenis. Ze kunnen al in april worden gesnoeid, maar ben je het vergeten dan is nu in juni de laatste kans. In de zomer (rond de 21e juni) worden er nog veel nieuwe scheuten gevormd met een prachtige kleur.

De voorbeelden:

  • kornoelje met rode twijgen (Cornus alba 'Sibirica')
  • kornoelje met purperkleurige twijgen (Cornus alba 'Kesselringii)
  • kornoelje met rood-, roze-, perzik-, en geelkleurige twijgen (Cornus sanguinea 'Midwinter Fire')
  • de Cornus stolonifera 'Flaviramea' heeft geelgroene twijgen
     

Sierkerssoorten

Deze prunussen bloeien op het oude hout en worden altijd na de bloei gesnoeid. Maar in verband met de sterke sapstroom in het voorjaar worden ze pas rond de langste dag gesnoeid. De scheuten en nieuwe bladeren zijn dan uitgegroeid en de sapstroom is tot rust gekomen: de bomen en struiken 'gommen' dan niet meer.
Bij het amandelboompje (Prunus triloba) worden alle twijgen en takken na de bloei op ongeveer 3 cm ingekort.
 

Snoeiuitzonderingen

Hieronder vallen veel langzaamgroeiende, groenblijvende heesters die tot de heideachtige gerekend worden.
Van rododendron, azalea, rotsheide (Pieris) en camelia worden na de bloei alleen de vruchtbeginsels verwijderd. Hebben deze heesters de gewenste hoogte bereikt, dan worden de oude bloemresten niet meer weggehaald. De groei wordt op deze manier vertraagd. Dieper insnoeien mag dan nog wel, maar altijd zo dat onder de plaats waar een tak wordt afgesnoeid nog een aanhechting -tak, scheut of twijg-  met blad blijft zitten.
Een aantal heesters wordt zo goed als niet gesnoeid. Hun model is meestal van nature goed.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Beverboom (Magnolia)
  • Peperboompje (Daphne)
  • Schijnhazelaar (Corylopsis)
  • Sneeuwklokjesboom (Halesia)
  • Toverhazelaar (Hamamelis)
     

Nog wat uitzonderingen

Bij een aantal grote struiken waaronder goudenregen en sering neemt de bloemknopvorming meerdere jaren in beslag. Ieder jaar na de bloei snoeien, zou de bloemknopvorming juist belemmeren. Vandaar dat deze om de paar jaar gesnoeid worden. Een enkele oude tak wordt dan na de bloei diep weggesnoeid, terwijl andere takken ongemoeid blijven. Een paar jaar later wordt dan een andere oude tak verwijderd enz. Zo blijft de struik jaarlijks bloeien, terwijl hij ook verjongd wordt.

 

Reacties: