Bijzondere vogels in de tuin

In een vogeltuin bepaald de gewaskeuze de vogels die worden aangetrokken. Om hier een indruk van te geven beschrijven we hieronder enkele planten, struiken en bomen en hun gebruikers. 
 

Planten, bomen en struiken voor vogels in de tuin

  • veeldoordistel: het zaad is erg in trek bij kruisbek, groenling, putter, sijsje, heggenmus en glanskop.
  • bosaardbei: het zaad en de vruchten zijn geliefd bij lijster, mus, vink, groenling, zwartkop, lijster, kraai en kneu.
  • korenbloem: het zaad is voedsel voor sijsje, pimpelmees, kruisbek, kraai, kneu, groenling enputter
  • wilde kamperfoelie: de bessen worden gegeten door vink, lijster, kraai, mees, merel, zwartkop en het roodborstje.
  • wilde wingerd: de blauw-zwarte bessen zijn erg in trek bij barmsijsje, roek, zwartkop, ekster en lijster.
  • vlier: de donkerpaars-zwarte besjes zijn voedsel voor waterhoentje, pestvogel, vliegenvanger, kraai, lijster, tuinfluiter en spreeuw.
  • meidoorn: de rode bessen zijn zeer gewild bij merel, kramsvogel en koperwiek.
  • beuk: de nootjes worden gegeten door specht, mees en vink.
  • witte berk: de gebruikers van het gevleugelde zaad zijn Vlaamse gaai, mus, tjiftjaf, ekster, pestvogel, mees, rietgors en vink.

 

Nestgelegenheid

Voor veel vogels is het in ons modern tuin- en woonlandschap bijzonder moeilijk om geschikte nestgelegenheid te vinden. We kunnen ze helpen door nestkasten op te hangen die voor plaatsvervangende nestruimte zorgen. De nestkast moet zo geplaatst worden dat de voorkant uit regen, wind of zon hangt. De invliegopening moet dan op het zuidoosten zijn gericht.

We hangen de kast op ooghoogte, zodat de kast ook goed schoon te maken is na afloop van het broedseizoen (eind augustus). Het schoonmaken is belangrijk in verband met mogelijk ongedierte waar andere vogels weer mee besmet kunnen raken. Het aantal nestkasten in de tuin is niet aan een beperking gebonden. We kunnen bijvoorbeeld gerust twee nestkasten aan dezelfde boom ophangen en een minimum afstand is niet noodzakelijk. Hang de kast zo op dat hij vanuit het huis goed gezien kan worden. Er is veel plezier te beleven aan een paartje vogels.

Nestbescherming

Vogels nestelen het liefst in een natuurlijke omgeving, zoals in een wilde, natuurlijke heg met meidoorn, braam en wilde rozen. Er is niet alleen volop voedsel te vinden, maar ze bieden de vogels ook nestbescherming. We helpen ze door hagen, bomen en struiken te snoeien en zo een dichte begroeiing te stimuleren. Een goed gesnoeide kamperfoelie biedt naast voedsel en broedgelegenheid ook een goede beschutting. En een braamstruik langs muur of boog of een gaspeldoorn in de tuin kan een veilige plek zijn voor een nest. De doornige takken beschermen de vogels tegen belagers.
 

Belagers

Tot de natuurlijke vijanden van de kleinere vogelsoorten behoren de ekster, Vlaamse gaai, kraai en in mindere mate de sperwer. Ze halen vogelnesten leeg. Het leeghalen is natuurlijk en onvermijdelijk en het blijkt voor het totale vogelbestand niet nadelig te zijn. We kunnen wel zorgen voor een dichte begroeiing die voor meer veiligheid zorgt.

De grootste bedreiging voor jonge vogels zijn wel de niet-natuurlijke vijanden, de huiskatten. Vanwege hun grote aantal horen ze niet bij de natuurlijke vijanden. Het is ook bijna onmogelijk katten uit de tuin te weren. Wel kunnen voorzieningen worden aangebracht in de vorm van kragen van draadgaas of stekels die je rond een boom kunt aanbrengen.
 

Water in de tuin

Vogels hebben water nodig om te kunnen overleven. Niet alleen om te drinken en te baden, maar ook om de veren in goede conditie te houden. Door het badderen wordt de isolerende werking van het verenkleed in stand gehouden. De lucht wordt dan vastgehouden en dat beschermt ze zowel tegen warmte als tegen de winterkou. Door het waterafstotende vetlaagje om het verenkleed bevriezen vogels niet.

We kunnen vogels naar de tuin lokken door eenvoudige drink- en wasgelegenheid te bieden in de vorm van een vijver of een vogelbadje. Voor een vijver geldt dat er een ondiep gedeelte moet zijn waar de vogels zo in kunnen lopen. In de winter bij vorst kan een vijver open gehouden worden door een luchtpomp en in het vogelbadje kan het water verwarmd worden door middel van aquariumverwarming. In geen geval mag iets aan het water worden toe gevoegd, zoals antivries. Water in de tuin moet het hele jaar aanwezig zijn.


Copyright: Shutterstock

Reacties: